Wat hebben we ervoor gedaan?

In deze paragraaf worden voor elk speerpunt uit het coalitieakkoord de voornemens uit de begroting en de realisatie weergegeven.

Economie: versterken economische concurrentiepositie (binnen)stad

Doelstellingen

Hoe gaan we het meten? (indicatoren)

Wat gingen we daarvoor doen?

Wat hebben we gedaan?

Minimaal op peil houden van werkgelegenheid (peildatum 2009)

Ontwikkeling werkgelegenheid in Gouda (meting bedrijvenregister Zuid-Holland)

Ondersteunen van nieuwe ondernemersinitiatieven.

Met name op bedrijventerrein Goudse Poort zijn diverse herontwikkelingen gerealiseerd.

Er is een Taskforce Leegstand opgericht.

Informeren naar motieven vertrekkende bedrijven.

Faciliteren groei van bestaande bedrijven en vestiging nieuwe bedrijven en instellingen; o.a. vergroten klantgerichtheid, verbeteren dienstverlening, geen overbodige regeldruk.

Economie: versterken ondernemersklimaat

Doelstellingen

Hoe gaan we het meten? (indicatoren)

Wat gingen we daarvoor doen?

Wat hebben we gedaan?

Score op algemene tevredenheidsindex ondernemers boven 6,5

Ontwikkeling tevredenheid ondernemers (ondernemersenquête)

2-jaarlijks onderzoek naar tevredenheid ondernemers.

Er is voor gekozen de aandacht te richten op (versterking van het) accountmanagement en geen algemene enquête uit te voeren.

Economie: versterken regionale centrumfunctie

Doelstellingen

Hoe gaan we het meten? (indicatoren)

Wat gingen we daarvoor doen?

Wat hebben we gedaan?

Versterken regionale economie en daarin de centrumfunctie Gouda

Regionale economische speerpunten (clusters) benoemd in 2011

In het kader van de Nieuwe Regio wordt gewerkt aan het opstellen van een programma Economie, Arbeidsmarkt en Onderwijs.

Het uitvoeringsprogramma Economie, arbeidsmarkt- en onderwijs is ter hand genomen.

Innovatieplatform opgericht en CIV-aanvraag gedaan.

Werk en scholing: meer mensen aan het werk

Doelstellingen

Hoe gaan we het meten? (indicatoren)

Wat gingen we daarvoor doen?

Wat hebben we gedaan?

De ontwikkeling van het cliëntenbestand volgt (met enige vertraging) de landelijke ontwikkelingen

Omvang WWB-bestand

Cliënten ondersteunen bij het vinden van werk.

In 2014 zijn 252 cliënten uitgestroomd (191 naar betaald werk, 46 naar een additionele arbeidsplaats en 16 naar een zelfstandig beroep of eigen bedrijf). Het cliëntenaantal itoegenomen van 1452 naar 1633.

Werk en scholing: minder uitkeringen

Doelstellingen

Hoe gaan we het meten? (indicatoren)

Wat gingen we daarvoor doen?

Wat hebben we gedaan?

Uitkomen met het van rijkswege beschikbaar gestelde budget

De uitgaven van bijstandslasten

Blijven inzetten op rechtmatigheid en fraudepreventie aan de poort.

De economische crisis heeft onze regio Midden Holland harder getroffen dagen dan het Nederlandse gemiddelde.

Er is blijvend ingezet op fraudebestrijding en fraudepreventie aan de poort.

Werk en scholing: iedereen doet mee

Doelstellingen

Hoe gaan we het meten? (indicatoren)

Wat gingen we daarvoor doen?

Wat hebben we gedaan?

We realiseren een passende participatieaanbod ook voor jongeren, 45-plussers en cliënten met een arbeidshandicap.

Met de veranderingen op de participatieladder.

De uitstroom van de verschillende doelgroepen uit het WWB-cliëntenbestand.

Jongeren met mogelijkheden in het rijks bekostigd onderwijs stimuleren weer naar school te gaan. In samenwerking met het UWV een banenmarkt voor ouderen organiseren.

In 2014 zijn verschillende activiteiten georganiseerd voor jongeren en ouderen onder andere gericht op onderwijs, scholing en arbeid.

Gemeente Gouda geeft het goede voorbeeld

Het aantal plaatsingen met Social Return.

Het aantal detacheringen vanuit de WSW.

We blijven onze opdrachtnemers verplichten Social Return toe te passen.

Bij de gemeentelijke dienstverlening zo veel mogelijk gebruik maken van de inzet van mensen met een arbeidshandicap.

In 2014 zijn 80 mensen door middel social return geplaatst bij Goudse werkgevers.

Er zijn 186 detacheringen vanuit Promen gerealiseerd:

  • Begeleid Werken: 24 personen
  • WSW individuele detacheringen: 62 personen
  • Groepsdetacheringen: 100 personen
Maatschappelijke ondersteuning: zorgen voor mensen die het nodig hebben

Doelstellingen

Hoe gaan we het meten? (indicatoren)

Wat gingen we daarvoor doen?

Wat hebben we gedaan?

Bevorderen dat mensen in eerste instantie verantwoordelijkheid nemen bij het voorkomen van of vinden van een oplossing voor hun beperking of probleem.

Het effect van de maatregelen wordt gemonitord aan de hand van subsidieverantwoordingen en evaluatie kantelingsgesprekken en pilot sociale teams.

Inrichting en uitvoering pilot sociale teams. Begeleiding van organisaties wordt ingezet op het zo snel mogelijk mensen in hun eigen kracht zetten, zodat zij zelf hun problemen oppakken. Een en ander conform het convenant in samenwerking met zorgverzekeraar VGZ.

Vanaf 1 januari 2015 is in Noord, Oost en West Gouda een sociaal team volwassenen en een sociaal team jeugd actief.

In elk gebied zijn dagbestedings-activiteiten georganiseerd.

Op grond van het compensatie-beginsel Wmo aan mensen die een beperking of probleem ondervinden en waarvan de beperking is vastgesteld en die niet met een algemene of collectieve voorziening geholpen kunnen worden een compensatie bieden in de vorm van een individuele voorziening.

  • Het aantal mensen met een beperking of probleem dat met een individuele voorziening deelneemt aan de samenleving;
  • De tevredenheid van cliënten over de mate waarin ondersteuning bijdraagt aan zelfstandig meedoen aan de samenleving.

Uitvoering conform het nieuwe kader individuele verstrekkingen en verordening. Daarbij oog voor scherpe inkoop van de individuele hulpmiddelen; slim organiseren van voorzieningen.

De eigen verantwoordelijkheid van mensen is nader vormgegeven doordat o.a. een eigen bijdrage is ingevoerd op de voorzieningen.

Iedereen waarvan de medische noodzaak is vastgesteld dat een individuele voorziening noodzakelijk is omdat een collectieve voorziening niet volstaat, heeft deze voorziening ook gekregen.

De tevredenheid van cliënten over de mate waarin ze ondersteund worden is een 8,2.

Mantelzorgers ervaren dat zij gewaardeerd worden en ontvangen waar nodig ondersteuning.

Het percentage mantelzorgers dat bekend is met het ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers is toegenomen van 22% in 2010 naar 44% in 2014.

Tweejaarlijkse meting in de bewonersenquête

22% in 2010, 30% in 2013. Eerstvolgende meting is over 2015.

Het aantal mantelzorgers dat gebruik maakt van de mantel-zorgondersteuning is jaarlijks met 10% gedaald.

Prestatieafspraak met gesubsidieerde instelling

Afspraken vastleggen in subsidiebeschikking.

In 2013 hebben in totaal 157 personen gebruik gemaakt van (individuele en groeps-)begeleiding. In 2014 hebben in totaal 150 personen gebruik gemaakt van (individuele en groeps-)begeleiding, dus iets minder dan in 2013.

Het aantal in 2014 is iets lager, omdat sociaal team noord al mantelzorgers ondersteunt. Die zijn niet meegeteld in de registratie van Palet Welzijn. Voorts is het totale ondersteuningsaanbod gegroeid, door meer diversiteit, zoals de digitale informatie (unieke bezoekers website 12.000).

Het tevredenheidspercentage onder mantelzorgers die gebruik maken van het ondersteuningsaanbod is gestegen van 72% (2010) naar 80% in 2014.

Tweejaarlijks klanttevredenheidsonderzoek

Afspraken vastleggen in subsidiebeschikking.

73% in 2013, 75% in 2014

Het percentage van de mantelzorgers dat overbelasting ervaart, neemt af ten opzichte van het niveau 2011.

Tweejaarlijkse meting in de bewonersenquête (nulmeting in 2011)

Vragen voor mantelzorgers opnemen in de bewonersenquête.

In de bewonersenquête 2013 is gebleken dat de overbelasting 5% omlaag is gegaan ten opzichte van 2011. In 2011 gaf 32% van de mantelzorgers een 6 of hoger (waarbij een schaal van 1–10 werd gebruikt en 10 betekent dat de mantelzorg veel te zwaar is), in 2013 gaf 27% van de mantelzorgers een 6 of hoger.

Mensen met een beperking kunnen optimaal participeren en voeren zo lang en zo zelfstandig mogelijk een eigen huishouding.

Het effect van de maatregelen wordt gemonitord aan de hand van subsidieverantwoordingen en evaluatie kantelings-gesprekken en pilot sociale teams.

Inrichting en uitvoering pilot sociale teams. Een en ander conform het convenant in samenwerking met zorgverzekeraar VGZ.

Pilot sociaal team is uitgevoerd.

De nieuwe Wet gemeentelijke schuldhulpverlening verplicht gemeenten een plan op te stellen over het gemeentelijke schuldhulpverleningsbeleid.

Een voorstel voor indicatoren is opgenomen in het beleidsplan schuldhulp-verlening dat aan het eind van het jaar ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.

In het beleidsplan schuldhulp-verlening wordt vastgelegd hoe de gemeente Gouda de schuldhulpverlening wil verbeteren.

In 2014 is het beleidsplan schuldhulpverlening opgesteld.

In 2014 is de schuldhulpverlening opnieuw aanbesteed voor 2015 op basis van de nieuwe uitgangspunten.

Zorgdragen voor een adequate opvang en begeleiding van mensen die zich niet op eigen kracht in de samenleving kunnen handhaven.

Met het nieuwe regionale kader is door de raad een set van indicatoren vastgesteld.

Het 2e halfjaar 2014 volgt de eerste GGD-rapportage monitor.

De GGD-monitor is in september 2014 gepubliceerd. Het uitvoeringsplan 2014 is geïmplementeerd op basis van de in het regionale kader aangegeven prioriteiten (invoering hulpverlening door integrale aanpak, extra aandacht voor dak-/thuisloze jongeren, structurele input van ervaringsdeskundigen, inzet op verbeteren uitstroom uit Maatschappelijke Opvang).

Verbetering van de volks-gezondheid in Gouda via preventie.

Het aantal jongeren met overgewicht neemt af (nulmeting 2008, onderzoek GGD). Het alcohol- en drugsgebruik wordt tegen gegaan.

Nagaan of meegedaan kan worden aan het preventieve programma "jongeren op gezond gewicht" (JOGG). Uitwerken locale acties alcohol- en drugsbestrijding. HALT-maatregelen bijhouden.

Het JOGG project is gestart. Eind 2014 is het plan van aanpak JOGG vastgesteld.

Organisatie(s) vrijwilligers en meedoen: slimmere organisatie van voorzieningen: werk van vrijwilligers en professionals vult elkaar aan

Doelstellingen

Hoe gaan we het meten? (indicatoren)

Wat gingen we daarvoor doen?

Wat hebben we gedaan?

Professioneel welzijnswerk is aanvullend op en ondersteunend aan vrijwilligersactiviteiten.

In subsidiedoelstelling is meet-instrument: vrijwillig wat kan, professioneel wat moet.

Deze afweging wordt steeds gemaakt.

Organisatie(s) vrijwilligers en meedoen: Een vitale sterke samenleving, gebaseerd op eigen kracht, met actieve vrijwilligers.

Doelstellingen

Hoe gaan we het meten? (indicatoren)

Wat gingen we daarvoor doen?

Wat hebben we gedaan?

Het aantal vrijwilligers blijft tot en met 2016 minimaal gelijk (37% in 2012).

Percentage actieve vrijwilligers

Voortzetting en versterking van het VIP.

In 2012 was het percentage vrijwilligers 36,6% en in 2013 is het 37,0%.

De sociale cohesie blijft minimaal op het niveau van 2012 (score in 2012 is gemiddeld een 7,1).

Tweejaarlijkse meting in de bewonersenquête (nulmeting in 2012)

Vragen over sociale cohesie opnemen in de bewonersenquête.

Sociale cohesie in 2013 gemiddeld 7,3.

Organisatie(s) vrijwilligers en meedoen: sterke en vitale zorgvrijwilligersorganisaties

Doelstellingen

Hoe gaan we het meten? (indicatoren)

Wat gingen we daarvoor doen?

Wat hebben we gedaan?

Bevorderen dat we sterke en vitale organisaties in de categorie zorgvrijwilligersorganisaties hebben en behouden,

Nulmeting in 2014 en vervolgmeting in 2015 en 2016

Het aantal gevolgde cursussen, workshops en adviesgesprekken neemt toe. Het percentage organisaties dat tevreden is over het ondersteuningsaanbod van het VIP is minimaal 50%.

In 2014 is er een vrijwilligersmarkt geweest, workshops voor en adviesgesprekken met zorgvrijwilligers gehouden. In 2014 is de Goudse editie van Zorgvoorelkaar gelanceerd, een online marktplaats waar hulpvraag en aanbod bij elkaar komen.

Van de 22 zorg- en welzijnsorganisaties die hebben meegewerkt aan de enquête door het VIP geven er 16 aan dat zij tevreden zijn over de ondersteuning van het VIP (72%).

Organisatie(s) vrijwilligers en meedoen: een extra steun in de rug voor vrijwilligers die zelf kwetsbaar zijn

Doelstellingen

Hoe gaan we het meten? (indicatoren)

Wat gingen we daarvoor doen?

Wat hebben we gedaan?

Het aantal actieve (kwetsbare) vrijwilligers stijgt ten opzichte van 2013.

Het aantal bemiddelingen wordt gemonitord in de gemeentelijke administratie.

Aantal bemiddelingen (vraag en aanbod) van kwetsbare vrijwilligers stijgt van 40 naar 80 bemiddelingen in 2015.

In 2014 zijn 90 kwetsbare vrijwilligers geplaatst.

Organisatie(s) vrijwilligers en meedoen: meedoen voor kinderen uit gezinnen met een minimuminkomen

Doelstellingen

Hoe gaan we het meten? (indicatoren)

Wat gingen we daarvoor doen?

Wat hebben we gedaan?

Optimaal gebruik van de GTR-regeling.

Aantal kinderen dat gebruik maakt van de GTR

GTR inzetten voor kinderen uit gezinnen met een minimuminkomen.

 

In 2014 hebben 868 kinderen (en 413 ouderen en chronisch zieken) gebruik gemaakt van de GTR-regeling.